Juiste toepassing bij na‑isolatie van daken
“Bij daken kijk je eerst naar de dakopbouw. In de jaren 70 werd er nog wel eens gekozen voor een dampremmende laag aan de buitenzijde van het hellende dak. Bij een dampdicht materiaal aan de buitenzijde is het verstandig een bouwfysische berekening op te laten stellen om zeker te zijn dat er geen vochtproblemen zullen ontstaan.”
Lichtgewicht isolatieoplossingen voor na‑isoleren
Als er geen dampremmende laag aan de buitenzijde van de constructie zit, is PIF isolatie een mooie oplossing, geeft Scheepers aan. PIF is een meerlaagse folie die werkt op basis van stilstaande lucht en reflectie. “We kunnen met een dikte van 105 millimeter een Rd-waarde van 3,5 realiseren, waarmee de isolatie subsidiewaardig is. Groot voordeel is dat het materiaal licht van gewicht is en dat de constructie dus niet extra wordt belast. Daarbij is het snel en gemakkelijk aan te brengen, mede doordat het materiaal isolatie en dampremming in één is. Bij andere producten moet je afzonderlijk nog een dampdichte laag aanbrengen.”
Waarom juiste uitvoering bepalend is voor isolatiewaarde
“Voor de isolatiewaarde is een juiste uitvoering van groot belang”, zegt productmanager Jimmy Meuwissen. “Naden en aansluitingen moeten met de juiste luchtdichte én dampdichte tape worden afgesloten om luchtlekkage en indringen van vocht te voorkomen. Daarnaast moet er bij reflecterende folies tussen de afwerking en de isolatie een luchtlaag zijn van minimaal 20 mm. Die is nodig voor het benutten van de reflectie van de folielagen.”
Na‑isolatie van vloeren vraagt om aandacht voor vocht
Dat geldt nog sterker voor de isolatie van vloeren, waar PIF isolatie veel voor wordt gebruikt. “Met een dikte van 52 mm kunnen we onder vloeren een Rd-waarde halen van 3,5. Dit is bij een hermetisch afgesloten vloer. Bij verwerking dient een luchtspouw van 50 mm tussen vloer en isolatiefolie te worden gecreëerd. Bij houten vloeren wordt rekening gehouden met een balklaag van 160 mm hoog, waartegen een dampdichte folie wordt gemonteerd. De isolatie wordt vervolgens onder de houten balken gemonteerd”, vertelt Scheepers.
Droge en geventileerde kruipruimte als basis voor na‑isolatie
Alvorens een houten vloer te isoleren, is een meting van het vochtgehalte in de balken nodig. Als dat hoger is dan 19 procent, moet eerst de kruipruimte worden aangepakt en het hout worden gedroogd. “Je wilt niet dat dat vocht wordt opgesloten en tot houtrot gaat leiden”, zegt Meuwissen.